Fantasie en werkelijkheid

Jonge basisschoolkinderen (kleuters) doen veel aan fantasiespel. Dit is de periode van het 'magisch denken'. Het fantasiespel is een goede manier voor kinderen om nieuwe dingen te onderzoeken en even in de huid van iemand anders te kruipen.

Oudere basisschoolkinderen willen vooral de werkelijkheid leren kennen. Met een beetje hulp leren zij al snel onderscheiden hoe het er in films op tv toegaat en hoe het in de werkelijkheid gaat. Daardoor hebben ze meestal niet minder plezier in tv-kijken, maar hechten ze wel minder geloof aan de verhalen.

Fantasievriendjes

Peuters, maar ook kleuters op de basisschool, kunnen een fantasievriendje hebben. Dit komt vooral voor bij oudste en enige kinderen. Een kind verzint een fantasievriendje niet omdat het geen echte vriendjes heeft. Een fantasievriendje kan wel een veilige manier zijn om de wereld om hen heen te ontdekken: het ingebeelde vriendje begrijpt dingen beter dan zijzelf en durft ook meer. Een fantasievriendje werkt zo net als een computerspelletje: ze zien zichzelf als de hoofdfiguur uit het spelletje en doen dan dingen die ze zelf niet zouden durven. Het helpt daarbij een kind ook bij de ontwikkeling van zijn geweten en een goed gevoel over zichzelf. Als kinderen hun fantasievriendje de schuld geven van iets wat zij zelf hebben gedaan, wordt duidelijk dat ze beginnen te leren wat wel en niet mag.

Wat kun je doen?

Als ouder hoef je je dus geen zorgen te maken over het fantasievriendje. Accepteer het fantasievriendje van je kind, maar begrens wel de gevolgen. Bijvoorbeeld als je kind niet meer met andere kinderen speelt of de schuld altijd buiten zichzelf legt.

Heb je een vraag?